
Of er uberhaupt zoiets bestaat als work-life balance, valt te betwijfelen. Er bestaat niet zoiets als een balans tussen werk en leven. Alles wat de moeite waard is om voor te vechten, brengt je leven uit balans. Wist Alain de Botton. Misschien heeft hij gelijk. Wanneer je werkelijk ergens in opgaat ” dat dunne moment waarop je in een flow terechtkomt ” verdwijnt de tijd. Je vergeet jezelf. Je vergeet zelfs dat je bestaat. Alles wat telt, is het doen zelf. Maar dat werkt alleen als je intentie zuiver is. Wie werkt uit honger naar status of geld, keert vroeg of laat terug van een kale kermis, uitgeblust en even leeg als voorheen.
Filosoof José Ortega y Gasset zei dat het verschil tussen gelukkige en ongelukkige mensen niet ligt in bezit, maar in richting. De gelukkigen weten wat ze willen en volgen dat met passie. De ongelukkigen blijven drijven, zonder project, zonder reden.
Toch is het naif te denken dat de meesten hun passie ooit zullen vinden. De meesten hebben gewoon een baan. Een reeks bezigheden die hen niet bepaald vervullen, maar die het leven op orde houden. Ik heb zelf tientallen van die banen gehad” en ook de werkloosheid. Als ik moet kiezen tussen de twee, verkies ik om niet geboren te zijn. Beide toestanden kunnen zielsslopend zijn. Te veel doen en je wordt geleefd; te weinig doen en je lost op in verveling.
Arthur Schopenhauer schreef dat obstakels overwinnen essentieel is voor de mens. Zonder strijd verliest het leven zijn vorm, zijn spanning. De afwezigheid van weerstand leidt tot verveling, en verveling is erger dan pijn. Daarin had hij gelijk: wij zijn niet gemaakt voor rust.
Ikzelf heb ADHD, en soms overspoelt me een golf van nihilisme. Alles lijkt zinloos. Dan vraag ik me af waarom ik uberhaupt nog iets zou beginnen. Diep vanbinnen bewonder ik de boeddhisten en de monniken die afstand namen van de wil, van het eeuwige streven. Maar zodra ik te lang stilzit, word ik gek. Meditatie wordt dan een marteling. Uiteindelijk moet je toch iets doen, al is het maar de gootsteen schoonmaken.
Misschien is dat het: de mens balanceert tussen activiteit en rust, tussen betekenis en leegte. De ene kant brandt hem op, de andere verstikt hem. Er bestaat een soort sweet spot, een fragiel evenwicht waarin doen en niet-doen elkaar net niet opheffen. Dat moment is zeldzaam, kort ” en misschien is dat het dichtst dat we ooit bij geluk komen.


