
Ik luister opnieuw naar een podcast van Dirk De Wachter. Zijn stem is diep en warm, als een fluwelen deken om de ziel. Hij spreekt met een zachtheid die zeldzaam geworden is, bedachtzaam, troostend, mild. In zijn woorden voel ik de warmte van een knuffel die ik al te lang heb gemist.
Hij straalt iets uit wat velen niet meer durven tonen: oprechte menselijkheid.
Zijn maatschappijkritiek klinkt als een verademing.
Zijn stem alleen al is voor mij een pijnstiller voor de geest.
Hij spreekt over verbondenheid, over de ander. Hij volgt de denker Levinas, voor wie de zingeving ligt in het zijn-met-de-ander, in de zorg voor de mens naast ons.
Een prachtige gedachte, die in theorie klopt als een klok, maar in de praktijk soms zo anders aanvoelt.
In het echte leven kom ik helaas vaker tot dezelfde conclusie als Sartre: hell is other people. De stilte, de afzondering, ze brengen me vaker rust dan gezelschap dat niets begrijpt.
Velen zouden dat egoïstisch noemen, of asociaal, of een teken van eenzaamheid. Maar voor wie met duisternis leeft, is de afzondering soms het enige dat veilig aanvoelt.
Dirk zegt: De ander kan je redden, maar je moet hem toelaten, en dat is soms het moeilijkste wat er is.
Daar wringt het voor mij. Want wie is die ander?
Niet iedereen redt. Sommigen veroordelen, minimaliseren, of gaan wonden juist verder openrijten.
Lotgenoten, mensen die de storm kennen, kunnen troosten zonder een woord.
Ze hoeven niets uit te leggen, niets te vragen.
Hun nabijheid is genoeg.
Maar de toevallige ander, die nooit in de diepte is geweest, kijkt vaak met onbegrip.
Zo hebben deze mensen in mijn bijzijn depressie al luiheid genoemd, gebrek aan wilskracht, of een kwestie van “even doorzetten.â€
Ze bedoelen het waarschijnlijk niet kwaad, weten niet beter of hebben zelf problemen.


