Ik erger me mateloos aan het gebrek aan originaliteit in onze samenleving. Op het internet, in de literatuur, maar vooral bij mezelf.
Ik wil iets nieuws maken, iets uitvinden, uitbreken.
Tegelijkertijd moet ik berusten in mijn middelmatigheid: ik zal nooit een groot filosoof of schrijver worden, en daar moet ik vrede mee hebben.
Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, en het is niet omdat je iets graag doet dat je het goed kan en omgekeerd.
Voor mij was alles al gezegd door Schopenhauer. Ik zie niet wat daar nog aan toe te voegen valt. Ik zal hem nooit kunnen overtreffen. En zo lijkt stoppen met schrijven soms de enige uitweg.
Maar kan je uberhaupt volledig origineel zijn? Je kunt toch niet zomaar woorden beginnen verzinnen?
Je bouwt altijd voort op wat al bestaat, je bekritiseert, vervormt of herinterpreteert.
En wat je ook schrijft, iemand heeft het ongetwijfeld ooit al eens gezegd, waarschijnlijk zelfs in precies dezelfde volgorde.
Toch blijft dit een boeiend thema om te onderzoeken, over te speculeren.
Zoals altijd wanneer ik het antwoord op iets wil weten, toets ik af bij de echte filosofen.
Nietzsche schreef over de eeuwige terugkeer, dat alles zich herhaalt, ook gedachten.
Met andere woorden: alles is al eens gedacht.
Instinctief voelt dat als het enige juiste antwoord, maar tegelijk vind ik het een sombere gedachte. Het leven als film die eindeloos opnieuw wordt afgespeeld, wat een troosteloze herhaling.
Maar misschien moeten we er juist in berusten: als alles zich herhaalt, kunnen we de eindeloze prestatiedrang laten varen.
Zelftwijfel en middelmatigheid
Michel Houellebecq zei ooit dat niemand nog iets nieuws te zeggen heeft.
Dat idee achtervolgt me. Ik word geplaagd door de woorden van grote denkers die neerkeken op de middelmatige mens.
Dat wil ik niet zijn.
Zeg me wat ik moet doen, denk ik dan, zeg me hoe ik met grootse ideeën kan komen.
En dan vind ik troost in Montaigne, die zei:
Ik heb niets nieuws te zeggen, alleen ikzelf ben nieuw.
Of in Cioran, die schreef over de nutteloosheid van denken of schrijven,
en het toch niet kon laten:
Schrijven is een manier om niet te zwijgen.
En Kierkegaard, die vond dat juist het twijfelen en falen de mens interessant maakt.
Creativiteit als hergebruik
Is originaliteit dan een illusie? Een collectief proces misschien?
Jorge Luis Borges zag elke schrijver als onderdeel van een oneindige bibliotheek,
waarin elk nieuw werk slechts een variatie is op wat al bestaat. En T.S. Eliot schreef:
Immature poets imitate; mature poets steal.
Niet als pleidooi voor plagiaat, maar als erkenning dat echte kunstenaars bestaande ideeën opnemen en iets nieuws ermee doen.
Misschien is onoriginaliteit dus geen gebrek aan creativiteit,
maar juist een vorm van erfenis, een soort eerbetoon. Misschien ontstaat originaliteit niet uit het niets, maar uit wat we durven hergebruiken.
Hoe dan ook moet ook ik mijn tijd slijten met iets wat mij het minst onaangenaam lijkt.Misschien is het niet erg dat ik niets nieuws zeg.
Misschien is het genoeg om iets ouds opnieuw te voelen.
L.B.



