
Laat me duidelijk zijn: de titel is een citaat van Schopenhauer ” mijn favoriete filosoof, een beetje mijn beste vriend. Enfin, van de mensen die ik nog nooit ontmoet heb, toch. Hij vergezelt me dag en nacht, zijn stem klinkt in mijn hoofd bij alles wat ik doe. Hij leert me de drang naar meer te doorprikken, ook mijn hang naar gezelschap.
Ik voel me vaak eenzaam en alleen. Maar gezelschap lost dat gevoel zelden op, het doet me soms zelfs nog eenzamer voelen. Toch kan ik nog niet volledig zonder de ander. Ik heb huidhonger, wil contact, diep contact. Alleen laten veel mensen daar te wensen bij over.
Niet dat ik andere mensen per se laag vind, niet in de zin dat ze geen genieën zijn of weinig bereikt hebben. Het gaat eerder om het gebrek aan een luisterend oor. Iedereen is druk bezig met van alles en nog wat ,meestal met onbelangrijke zaken. Ze maken geen tijd voor reflectie en blijven ronddraaien in hetzelfde rad, zonder ooit terug te kijken of na te denken.
Ik heb geen interesse in mensen die geen introspectie hebben gedaan, die niet genoeg geleden hebben of er alleszins niet compassievoller of grappiger door zijn geworden.
Ik heb er een hekel aan dat vriendschap zo vaak overgewaardeerd wordt. Mij is geleerd dat je vriendschap hoog moet plaatsen. Maar vriendschap is meestal voorwaardelijk; vaak verdwijnen vrienden van het toneel zodra je ziek wordt. Misschien verwachten we te veel van iets dat van nature wankel is: mensen zijn grillig en angstig, en trekken zich terug zodra nabijheid iets van hen vraagt. En altruisme bestaat niet ” we doen alleen iets om zelf een goed gevoel te krijgen. L.B


