
Ik leef in wanhoop, opnieuw. Het is de zoveelste keer dat ik me volledig gevangen voel ” in mijn zieke lijf, in mijn zieke geest. Ik zie geen weg meer vooruit. Ik heb wel projecten lopen, maar ook daar zie ik even de zin niet meer van in, het nut niet meer.
Niemand heeft hier iets aan, denk ik. Er zijn al zoveel boeken geschreven, zoveel content beschikbaar. Zoveel stemmen, zoveel meningen. Waarom zou je nog iets toevoegen in een wereld die al verdrinkt in woorden? Een wereld waar overvloed geen rijkdom is maar ruis.
Zelfs de informatie die bedoeld is om rust te brengen, schreeuwt. De adviezen om stil te worden, komen in zulke overvloed dat ze juist onrust zaaien.
Ik ben weer nihilistisch. Voel me wanhopig, gefaald” alsof ik nog niets wezenlijks heb verwezenlijkt.
Ik haal Emiel Cioran erbij, mijn nieuwe raadgever, mijn nieuwe psycholoog.
Hebben mensen nog steeds niet geleerd dat de tijd van oppervlakkige intellectuele spelletjes voorbij is, dat pijn en lijden oneindig veel belangrijker zijn dan redeneringen? zegt hij.
Met andere woorden: we leven niet in tijden waarin woorden of logica nog soelaas bieden. Het echte leven, met zijn pijn, angst en wanhoop, vraagt niet om verklaringen” het vraagt om aandacht, om het durven voelen.
Wanhoop is een ernstig gevoel, een diepte waarin de geest zijn ware contouren toont. Kierkegaard zag wanhoop als de ziekte van het zelf — het onvermogen om jezelf te aanvaarden zoals je bent. Nietzsche zag er juist een noodzakelijke breuk in, een overgang: alleen wie de afgrond in de ogen kijkt, kan iets scheppen dat echt is.
Camus noemde wanhoop absurd, maar niet zonder waarde. In het absurde ligt immers vrijheid ” het besef dat we zin kunnen scheppen, zelfs waar die ontbreekt. En Simone Weil zag in wanhoop een vorm van zuivering: een moment waarop alle illusies wegvallen en enkel de naakte ziel overblijft, klaar om te ontvangen.
Misschien is dat het enige wat wanhoop doet: ons dwingen om te stoppen met doen, met streven, met oplossen. En om eindelijk, stil en zonder voorwendsel, aanwezig te zijn in ons eigen tekort. L.B


