Er zijn ochtenden waarop je wakker wordt en het besef als een koude hand over je heen glijdt: je bent niemand.
Geen groot talent, geen naam, geen richting.
Een onopvallend leven tussen miljoenen anderen die rennen, posten, praten, lijken te weten waarom ze hier zijn.

Je kijkt naar hen, naar hun zekerheid, hun doelgerichtheid, en voelt iets tussen jaloezie en onbegrip.
Zij lijken allemaal iets te hebben: een plan, een geloof, een stem die gehoord wordt.
En jij hebt alleen jezelf, een verzameling gedachten die te zwaar wegen om te dragen en te klein lijken om betekenis te hebben.

Het lage zelfbeeld is geen bescheidenheid.
Het is een sluipende overtuiging dat je buiten de menselijke kring staat.
Dat je mag toekijken, maar niet deelnemen.
Dat er iets fundamenteel mis is met je wezen, niet met je daden.

Mensen zeggen dat je meer zelfvertrouwen moet hebben.
Alsof dat een knop is.
Alsof je even kunt vergeten dat je leven voelt als een mislukte proefversie van wat het had moeten zijn.

Michel Houellebecq schreef ooit:

De wereld veracht de zwakken, maar ze vergeet ze niet. Ze amuseert zich ermee.
Hij wist hoe het voelde om buiten te vallen: niet uit keuze, maar uit een soort onvermogen tot aanpassing.

Een laag zelfbeeld is een vorm van lucide bewustzijn.
Je ziet jezelf zonder filter, en wat je ziet, stelt teleur.
Je ziet de verloren tijd, de onafgemaakte dingen, de gesprekken waarin je niet sprak, de kansen die je liet passeren.
Je ziet je eigen middelmatigheid en de wereld die daar geen plek voor heeft.

Toch is er iets eerlijks aan dat niets zijn.
Het is de waarheid zonder make-up.
De mens die geen facade meer heeft, ziet eindelijk helder.
Wie niets meer is, hoeft niets meer te verdedigen.

Er schuilt zelfs een vreemde rust in de erkenning van je onbeduidendheid.
De wereld verwacht niets van je, en dat is bevrijdend.
De druk verdwijnt, het streven lost op.
Wat overblijft is stilte, en in die stilte, soms, iets dat lijkt op vrede.

De Griekse cynicus Diogenes had dat begrepen.
Hij bezat niets, leefde in een ton, lachte om macht en aanzien.
Hij wist dat status een grap was en identiteit een illusie.

Het gevoel er niet bij te horen komt voort uit de vergissing dat er een binnenkant bestaat, een club van mensen die het begrepen hebben, die eerbiedig zijn.
Maar die club bestaat niet.
Iedereen speelt toneel, iedereen probeert zichzelf te overtuigen dat hij iemand is.
Het verschil is dat jij het toneel doorziet.

Misschien ben je dus niet ziek, maar eerlijker dan de rest.
Misschien is het lage zelfbeeld een bijproduct van te veel bewustzijn, te weinig illusie om je aan vast te klampen.

Dat besef is pijnlijk, maar ook zuiverend.
Je hoeft geen iemand te worden.
Je mag een niemand blijven, als dat betekent dat je niet meer hoeft te liegen.

Want uiteindelijk zijn we allemaal niemand, we sterven, we verdwijnen, we worden vergeten.
De kunst is niet om belangrijk te worden, maar om mild te blijven terwijl je verdwijnt.
Om te kijken naar het leven zonder er een rol in te eisen.

L.B

mEER ARTIKELEN