
Vol walging van na een bijeenkomst,
van mensen die elkaar niets te zeggen hebben,
na een avond van sociaal toneel.
Ik heb mezelf opnieuw verloochend,
mijn ziel verkocht
voor een paar beleefde glimlachen.
Uit gemakzucht,
uit een domme behoefte om ergens bij te horen.
Er werd gesproken over het schandaal van de man
aan het einde van de straat,
over wie teveel drinkt,
over wie verdacht veel is afgevallen,
en over mensen die trouwen
terwijl ze dat beter niet zouden doen.
Ik ben zogezegd intelligent
wanneer ik alleen ben met mijn gedachten,
maar aan tafel conformeer ik.
Ik pas me aan, glimlach,
zeg wat hoort gezegd te worden.
Mijn karakter lost op in beleefdheid.
Ik word een van hen.
Ik leef precies twee levens.
Het ene speelt zich af onder mensen,
het andere in stilte.
En dat tweede
dat waarin ik niemand nodig heb
is, zonder twijfel,
het betere.
L.B.


